Technisch lezen
Twee keer in de week lezen we in de methode Flits. Een leesstrategie staat centraal deze oefenen we dan vervolgens in woordrijtjes of teksten. We letten dan ook op nauwkeurig lezen, intonaties en leestekens.
Daarnaast staat er steeds een nieuwe leesvorm centraal die we samen met groep 3 t/m 8 doen.
De leesvormen die al aan bod zijn geweest zijn: toneel lezen, speed daten, sinterklaas lezen.
Nu zijn we bezig met duo lezen. Twee keer in de week lees je met een duo samen in een boek. De leerlingen zitten verspreid in de lokalen en we vormen duo’s groep doorbrekend.
Elke vrijdag mogen de leerlingen stil lezen in hun leesboek.
Begrijpend lezen
Elke maandag starten we met een nieuwe tekst. We werken hier dan 3 sessies over. In de eerste sessie voorspellen we waar de tekst over gaat en delen we wat we al over het onderwerp weten. Daarna leest de leerkracht de tekst voor. Vervolgens gaan de leerlingen in de tekst op zoek naar de wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom? Dit onderstrepen ze met verschillende kleuren. Bijvoorbeeld wie: onderstreep je met blauw.
In sessie 2 staan het zoeken naar antwoorden op de vragen centraal. We vatten eerst even samen waar de tekst ook alweer over ging. Daarna hebben de leerlingen vragen op hun blad staan waar ze het antwoord van in de tekst kunnen vinden.
Sessie 3 is een verdiepingsles. We kijken wat de schrijver duidelijk wil maken met z’n tekst. We zoeken naar verschillen en overeenkomsten en verwerken dit in een vendiagram.
We bieden de leerlingen verschillende tekstsoorten aan: informatieve teksten uit Nieuwsbegrip AA, gedichten, verhalen, recepten of een songtekst.
Taal
We hebben de methode Staal het ene jaar werken we in boek 5A en 6B. Het jaar erop in 5B en 6A, zo hebben de leerlingen in 2 jaar beide groepen gehad. We bieden taal tegelijk aan groep 5 en 6 aan.
De methode bestaat uit 8 verschillende thema’s waarin we oefenen met woordenschat, taal verkennen, spreken en luisteren, schrijven. Daarnaast hebben we in elk thema een doe opdracht waarin we ook moeten presenteren en elkaar feedback moeten geven. Ook heeft elk thema een toets die bestaat uit twee onderdelen: woordenschat en taal verkennen. Na de toets bekijken we of de leerlingen nog herhaling nodig hebben of juist verrijking. De leerlingen zijn ingedeeld in een basisgroep en een plusgroep.
Spelling
We werken voor spelling ook in de methode van Staal. Vier keer per week werken de leerlingen in hun werkboek en één keer per week oefenen ze met woorden via hun chromebook.
Elke dag hebben we een oefendicteetje van 4 á 5 woorden. De leerkracht zegt het woord, daarna herhalen de leerlingen het woord en vervolgens klappen ze het woord in stukken. Dan wordt het woord opgeschreven en schrijven ze de categorieën die in het woord zitten er boven. We bespreken dan het woord en de leerlingen checken of ze het woord goed hebben geschreven.
Groep 5 heeft toen nu toe categorie 13: kilowoord en categorie 14: komma’s woord geleerd.
Daarnaast oefenen we ook op woordsoorten zoals: zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord en persoonsvorm. Ook werken we aan werkwoordspelling, in welke tijd staat het werkwoord. Na 3 weken oefenen is er een toets voor spelling: 20 woorden en 2 zinnen, grammaticatoets over de woordsoorten en werkwoordspelling. Daarna herhalen of verrijken we nog 1 week. Ook hier zijn de leerlingen ingedeeld in een basisgroep of een plusgroep.
Rekenen
We gebruiken de digitale methode van Pluspunt 4. De leerlingen maken de opdrachten op hun chromebook of een enkele keer in hun werkboekje. Elke 2 lessen staat er een nieuw doel centraal. Les 5 en 10 maken de leerlingen zelfstandig, hierin wordt getoetst of ze de aangeboden doelen beheersen. Les 11 is altijd een verwonder les, hier gaan ze bijvoorbeeld aan de slag met symmetrie, spiegelbeeld of vouwlijnen. Daarna nemen we de toets af. Aan de hand van de toets wordt bekeken of de leerling nog herhaling nodig heeft of juist verrijking.
Elk blok starten we met een instaptoets. Dit is de eindtoets, de leerlingen moeten deze maken zonder instructie om te zien wat ze al kunnen. Beheersen ze een doel aan dan hoeven ze tijdens de lessen hier geen instructie op, maar oefenen ze wel op de taken.
Schrijven
Twee keer per week schrijven de leerlingen in hun schrijfschrift. Het accent ligt op netjes schrijven. Een goede schrijfhouding hebben, focus kunnen houden en tussen de lijnen of op de lijnen kunnen schrijven.
Verkeer
De leerlingen krijgen 1 keer per week een les uit de methode van Veilig Verkeer Nederland. De leerlingen maken de verwerking op hun chromebook. Deze lessen doen we samen met groep 6.
Engels
Elke vrijdag krijgen de leerlingen een les uit Stepping Stones. We doen dit samen met groep 6. Het ene jaar werken we aan de thema’s van groep 5. Het jaar erop aan de thema’s van groep 6.
Er zijn 6 thema’s. Elk thema bestaat uit 5 lessen en een toets die we op papier afnemen.
De eerste 3 lessen leren de leerlingen de woorden die bij het thema horen. Daarnaast oefenen we veel op het toepassen van deze woorden. We laten de leerlingen zoveel mogelijk met elkaar in gesprek zijn in het Engels. Elke les is er een verwerking die ze digitaal maken of soms op werkbladen.
We oefenen ook met het opzeggen van een chant of zingen een liedje. Ook wordt er in de les een terugblik naar de woorden gedaan uit de vorige groep.
Wereldoriëntatie
We gebruiken de methode Naut Meander Brandaan 2: Naut ( natuur en techniek), Meander( aardrijkskunde) en Brandaan (geschiedenis). We geven drie keer per week wereldoriëntatie. We werken steeds per thema, dus bijvoorbeeld eerst thema 1 van geschiedenis. Elke les wordt gemaakt in een werkboek. 3 lessen staan er doelen centraal, daarnaast is er elk les een verdiepingsvraag waarin leerlingen dingen moeten onderzoeken. Bijvoorbeeld waar staan op de kaart de meeste geitenboerderijen en waarom zijn er zoveel boerderijen in deze provincie? Les 4 testen de leerlingen wat ze hebben onthouden uit de drie lessen. Vervolgens leren ze voor een toets en ook deze maken ze schriftelijk. Ook hier werken we het ene jaar de thema’s van groep 5 en het andere jaar de thema’s van groep 6.
Als we van Naut, Meander en Brandaan alle thema’s 1 hebben gedaan, gaan de leerlingen in groepjes aan de slag met onderzoekend leren. Ze bedenken een onderzoeksvraag uit 1 van de aangeboden thema’s deze gaan ze uitwerken en maken hier een presentatie van. Vervolgens presenteren ze aan de klas hun onderzoeksvraag.
Workshops
Elke vrijdagmiddag staan er workshops centraal. De leerlingen kunnen kiezen voor welk onderdeel ze willen gaan. Dit doen we samen met de leerlingen van groep 6, 7 en 8.
Op dit moment kunnen ze bijvoorbeeld werken met een 3d pen, borduren of basketballen. Hier werken ze dan 2 weken aan en vervolgens doen we nog een ronde van 2 weken.
Gym
Elke maandag hebben we gym in de gymzaal bij de Binder in Gramsbergen.
De ene week hebben ze les van een gymdocent. De week erop van de leerkracht. De gymdocent geeft de toestel lessen en bij de leerkracht staan de sporten en/ of spellen centraal.
Sova
Twee keer per week doen we in de groep aan sova. We oefenen met samenwerken, reflecteren op eigen gedrag, durven nee te zeggen, complimenten geven. Dit alles gebeurd in een spel of coöperatieve werkvorm.
Daarnaast krijgen we elke 6 weken les in rots en water van juf Rianne: stop zeggen, focus houden, nee zeggen, sterk staan en negeren staan hier centraal.
Weektaak
De leerlingen kunnen op mijnweektaak.com elke dag zien wat ze moeten maken. Daarnaast vinken ze elke dag af wat ze hebben gemaakt en staan er ook klaar opdrachten op als ze hun basiswerk af hebben.
Levensbeschouwing
Wij volgen de methode “Kleur”. Dit is een methode voor levensbeschouwelijk onderwijs met lesmateriaal voor de hele basisschool. Er wordt gewerkt aan de hand van verschillende thema’s. Dit zijn voor de kinderen herkenbare thema’s. De lessen zijn zo geformuleerd dat er ruimte is voor de verschillende opvattingen van de kinderen en leerkrachten, daarnaast bieden wij de mogelijkheid om 2 keer per week GVO of HVO lessen te volgen bij een vakleerkracht.